Eline de Boo
schrijver | blogger | spreker

In wezen | Feuilleton over zoektocht naar geluk in 100 dagen. Lees hier!

Lize is een dertiger op zoek naar de sleutel om lang en gelukkig te leven. Haar carrière op een ministerie in Den Haag is belangrijk voor haar, maar kan werk de leegte die ze ervaart vullen? Van haar salaris kan ze in ieder geval een comfortabel leven kopen, wat incidentele geluksmomenten oplevert. Misschien ligt de sleutel tot geluk bij familie of in de liefde van een man? En wat kan geloof bijdragen? Haar zusje daagt Lize uit om elke dag op Facebook verslag te doen van ‘100 days of hapiness’. Volg Lize, herken haar vragen in haar zoektocht naar geluk en moedig haar aan...

feuilleton 'In wezen'



Blauw zeil | Nu in de boekhandel of bestel hier!

Studente Marai Nikai draagt de gebrokenheid van twee generaties met zich mee. Haar oma is bitter door haar ervaringen in een Jappenkamp, haar afstandelijke moeder Lydia rebelleert tegen haar Zeeuwse gereformeerde opvoeding en trouwt een Japanse zakenman. Op zoek naar haar eigen identiteit brengt Marai een semester door in Japan, waar ze met haar grootouders de verschrikkelijke tsunami meemaakt. Thuis in Nederland kan ze haar verhaal niet kwijt en verstikkende dromen lijken werkelijkheid te worden. Maar is er wel voor het eerst iemand die haar ziet staan. Als ze zwanger blijkt te zijn, neemt haar leven een onverwachte wending.

Blauw zeil is een filmisch geschreven roman over drie beschadigde generaties.

Met kleineren, iemand omlaag halen door je woorden of iemand als minderwaardig behandelen, lijk je beter dan ooit te kunnen scoren. Als je de woorden van Donald Trump, Geert Wilders of vloggende rappers hoort, lopen de rillingen over je rug. Hoe grover of ongenuanceerder, des te meer mensen het idee hebben dat deze boze mannen ook hun mening verwoorden.

Iemand anders omlaag trekken om er zelf groter door te lijken, loont in deze tijd. Trump werd erdoor verkozen, Wilders staat bovenaan in de peilingen, schokkende filmpjes gaan viral. De massa joelt mee, wie er moeite mee heeft, zwijgt. En dat is wijs, zegt de bijbel, want iemand met inzicht zwijgt. Maar wat voelt het onrechtvaardig, als de schreeuwers winnen. En wat wordt er geleden door degenen die door hen gekleineerd worden. Denk maar aan minderheden, of aan Tharukshan, de vijftienjarige jongen uit Heerlen. Hij kon na de zoveelste pesterij niet weer opkrabbelen en maakte een einde aan zijn leven. Nederland is verbijsterd en reageert morgen met een stille tocht. Reageert door te zwijgen. Bijbels, maar het voelt ontoereikend. Wie roept het pesten, het kleineren een halt toe? Zo kunnen we toch niet met elkaar omgaan?

Dat hoor je ook terug in de straatreacties. De één heel praktisch: “Als iemand het bij mij doet, zou ik het ook niet leuk vinden, dus doe ik het ook niet bij een ander.” Iemand anders vindt dat kleineren niet hoort, maar begrijpt de motieven wel: “het is vaak ook onmacht als ze mensen pesten, dat ze met de meute meegaan, dan denken ze dat ze erbij horen.” Eén voorbijganger verwoordt wat we allemaal wel voelen: “Het eerste klopt wel”, namelijk wie zijn medemens kleineert, heeft geen verstand, ”maar het tweede niet: iemand met inzicht zwijgt. Nee, iemand met een beetje inzicht zegt er wat van, toch?”

Er is in 2000 jaar weinig veranderd. Iemand anders omlaag trekken om er zelf groter door te lijken, is van alle tijden. Jezus zelf werd gekleineerd en reageerde daar niet op. Dat redde uiteindelijk heel veel mensen. Het lijden absorberen, levert op lange termijn iets op. Wanneer het moment wel rijp is om er wat van te zeggen. Om dan met wijsheid te spreken. Later dus.

En op korte termijn? Vieren we de overwinning van Jezus die het eerste en het laatste woord heeft. Dat doen we niet zwijgend. Maar zingend en biddend. Biddend om wijsheid voor onszelf en de ander. En soms spreken we, voorzichtig maar met overtuiging. Omdat we best een weerwoord te bieden hebben. Zoals Jezus dat zelf ook deed en het ons leerde. De oproep om te zwijgen en zo je wijsheid te laten zien, staat immers tegenover een heel specifieke situatie, namelijk het kleineren van ‘een dwaas die niet geïnteresseerd is in inzicht, hij wil alleen zijn eigen mening kwijt’, aldus een ander vers in Spreuken (18:2). Dat betekent dus niet dat mensen met inzicht altijd hun mond moeten houden. Dan zou er maar weinig hoop zijn in onze democratie. Mensen worden in dit vers opgeroepen te zwijgen als er woorden uit kunnen komen waarvan ze spijt krijgen. Of zouden moeten krijgen omdat hun woorden anderen en uiteindelijk henzelf schaden.

De hele bijbel is er duidelijk over dat wijsheid alleen van God ontvangen kan worden. En als iemand al wijs is, dan merkt zijn omgeving dat niet meteen door woorden. Een wijs mens houdt zijn tong onder controle. Die denkt misschien dezelfde dingen als een ander, maar kiest ervoor om zijn mening of oordeel niet meteen uit te spreken. Of zoals iemand in de straatreactie zei: “de wereld zou een stuk mooier zijn als de mensen zich een keer bedenken voordat ze iets zeggen”. Jacobus schrijft in zijn brief: ‘Wie van u kan wijs en verstandig genoemd worden? Laat hij het daadwerkelijk bewijzen... door wijze zachtmoedigheid.’ (3:13)

Daarmee ligt de lat hoog. Voor ons in het dagelijks leven, voor de politici in Den Haag, voor President Trump in het Witte Huis. Zeker in een cultuur waar eerlijkheid en vrijheid van meningsuiting verward worden met het recht om te beledigen. Soms is het nodig om offers maken door te zwijgen. Om niet je gelijk te halen. Waarom? Dat gaat verder dan goede manieren. Het gaat erom het moment af te wachten dat je wijze woorden hebt die op kunnen bouwen. Wat verlangen we in deze schreeuwerige tijd naar die stilte en de wijsheid die daarop volgt.

'Preek van de week', uitgesproken op EO live (radio 5) n.a.v. Spreuken 11:12 'Wie zijn medemens kleineert, heeft geen verstand, iemand met inzicht zwijgt.'

Reacties

Vandaag zou het mijn moeders verjaardag geweest zijn. Sinds ze ruim een jaar geleden overleed, weet ik niet goed raad met deze dag. Kan je een leven vieren dat hier voorbij is? In de hemel speelt tijd geen rol en is het altijd feest, geloof ik. Haar verblijf op aarde is verjaard, voor nu kunnen we alleen gedenken. Daar begon ik op de dag van de begrafenis al mee, toen ik de volgende column schreef:

“Sterkte,” zeggen ze. Sommigen kijken me indringend aan, anderen weten zich geen raad en kijken langs me of naar de grond. Ik begrijp het wel. Anderhalve maand geleden was er de plotselinge diagnose van onbehandelbare kanker. Voor het eerst in mijn leven was ik de afgelopen weken ook sprakeloos. Vooral als ik mijn moeder ’s avonds na een dag voor haar zorgen thuis instopte. De rollen leken omgedraaid: ik gaf haar slokjes water uit een tuitbeker, waste haar en deed zoveel andere dingen die ze voor mij als kind had gedaan.

Zolang ik bezig was, kletste ik. Ik wees op de bloeiende hortensias voor het raam en las de kaarten voor. Iedereen was wijs genoeg om er geen ‘van harte beterschap’ op te schrijven. In plaats daarvan stond daar telkens weer ‘sterkte’. Na een paar kaarten liet ik dat woord weg. Mijn moeder kon dat goedbedoelde woord niet meer horen. Ze was intens dankbaar voor alle meeleven van familie, gemeente, buren en vrienden, maar sterkte vond ze ergens anders.

Waar ik met een mond vol tanden zat, liep haar mond over van waar haar hart vol van was. Mijn nuchtere, dienende, Zeeuwse moeder getuigde van haar Heer die haar in alle stormen van haar leven vastgehouden had. Ze doorstond een Wereldoorlog, Watersnoodramp, verloor geliefden en zag van nabij hoe de gebrokenheid levens verbrijzelde. Telkens was haar God haar sterkte. Dat kon ik lezen in haar liefde, haar geduld en in al die andere vruchten van de Geest die zij voortbracht. Maar nu ze alleen nog wat adem te bieden had, gebruikte ze woorden. Hoewel zij degene was die leed, troostte ze mij tot haar laatste zucht. Net zoals haar Heer dat zelf had gedaan. Vandaag, nu ik alle tranen zie op de begrafenis, kan ik niet anders dan dat doorgeven. 

Reacties